Wat ze allemaal willen weten

Deze dingen willen de meeste kinderen van me weten

Waarom ben je schrijver geworden?

De meeste schrijvers beginnen als lezer. Het zijn leeskinderen. Ik was er ook zo een. Toen ik een jaar of vijftien was, las ik zowat een boek per dag. Ik vroeg me af of je zelf ook een boek zou kunnen schrijven. Met alle boeken die ik had gelezen als voorbeeld in mijn achterhoofd, begon ik aan een boek van mezelf. Het kostte me jaren oefenen voor ik verhaaltjes kon schrijven die andere mensen leuk vonden. Die eerste verhalen kwamen in de Taptoe. Ik was toen 22. Maar verhalen in de Taptoe zijn nog geen boeken. Het duurde nog twee jaar voordat ik mijn eerste echte boek schreef: We hebben Sanne even geleend.
Intussen heb ik het zò druk met schrijven, dat ik bijna geen tijd meer heb om te lezen. En dat is wel jammer, als je een leeskind bent.

Schrijf je alleen griezelboeken?

Nee. Ik vind griezelboeken geweldig om te schrijven, maar het moeten er niet te veel achter elkaar zijn. Daarom schrijf ik ook heel serieuze boeken zoals Malle Matty is zo gek, onzinboeken als De nietsnutten op de Pookerberg en geschiedenisboeken zoals Gebakken rat met beukenblad, De Mensenkenner of De meester van het Scherpe Zwaard. Zo houd ik het voor mezelf ook lekker afwisselend.

Hoe kom je aan ideeën voor een boek?

Zelfs de ideeën voor de griezeligste verhalen kom ik gewoon op straat tegen. De kaarsenfabriek uit De heksen van het zwarte licht en de steeg die “Hemelpoort, Vagevuur, Hel” heet, bestaan echt in Haarlem. Toen ik een kaars in de vorm van een hand in een winkel zag, moest ik denken aan een boek met toverrecepten dat ik ooit had gelezen. In dat boek stond hoe je een kaars moet maken die zorgt dat je onzichtbaar wordt zodra je hem aansteekt. Samen met die steeg en de kaarsenmakerij leverde dat een compleet boek op. Izaak de geweldige begon met een tikfout. Ik kan niet zo goed typen en in een brief schreef ik in plaats van pianostemmer: pianotemmer. Zo kwam ik op het idee voor een boek over iemand die in het circus piano’s temt.

Wat is je leukste boek?

Mijn leukste boek is nog niet af. Elke keer als ik aan een boek begin, weet ik zeker dat dat mijn leukste boek wordt. En elke keer als ik halverwege ben, denk ik: nee, ik heb een nòg leuker idee. Ik schrijf het boek dan snel af om aan dat nieuwe boek met dat nog leukere idee te beginnen. En halverwege denk ik… je snapt het wel.

Heb je nog andere hobby’s dan schrijven?

Schrijven is niet mijn hobby. Het is mijn vak. Een léuk vak, maar het blijft het werk waar ik mijn brood mee verdien. Mijn hobby’s zijn eten koken, gitaar spelen en toneelspelen. Over de toneelgroep waar ik lang in gespeeld heb, kun je lezen in “Ik wil geen ridder worden.”

Hoe heet je nieuwste boek?

Op de vraag hoe het boek heet waar ik nu aan bezig ben, kan ik geen antwoord geven. Ik wéét dat namelijk niet. De titel bedenk ik -meestal samen met mijn uitgever- pas helemaal aan het einde. Als ik nog aan het schrijven ben, noem ik het boek naar de hoofdpersoon. Heel af en toe weet ik meteen al hoe een boek moet gaan heten als ik net aan het schrijven ben maar dat is niet altijd een goed teken. De titel Brand! als vervolg op Gebakken rat met beukenblad en De meester van het scherpe zwaard paste perfect bij het verhaal dat ik in mijn hoofd had. Ik heb het boek alleen nooit af gekregen.

Waar schrijf je?

Ik schrijf in mijn werkkamer aan de achterkant van mijn huis. Ik kijk uit op balkonnetjes en achtertuinen. Daar gebeurt nooit wat, dus ik heb lekker weinig afleiding. Als ik onderweg ben heb ik altijd een piepklein handcomputertje bij me. Zo kan ik ook in de trein, bus of in het vliegtuig werken.

Hoe lang ben je al lid van het Griezelgenootschap en waarom heet je ‘De Eeuwige?’

Alles wat je over het GG wilt weten kun je lezen op de internet pagina Griezel.net. Jammer genoeg is de officiële site van het GG uit de lucht gehaald. In 2004 vond uitgeverij Leopold dat er niet meer genoeg werd verdiend aan de GG-boeken. Wij doken onder en of er ooit nog nieuwe GG-boeken zullen verschijnen betwijfel ik zeer.