Hoe het zo gekomen is

scannen0018
Dit noemen ze nou een jeugdfoto.

Er wordt veel onzin over me verteld. Voornamelijk door mezelf. Achterin Wachtwoord-boeken als “Bloed op de heksensteen”, “De stem in de kast”en “Het babymysterie” staat een lijstje persoonlijke gegevens. Op al die lijstjes vul ik iets anders in. Dat doe ik niet helemaal zomaar voor de lol. Probeer maar eens te ontdekken waarom ik in “De afschuwelijke hobby van meneer Grambergen” van vlindermacaroni hou en in “Het duivelsbeeld” van steengrillen…

Als je de keiharde feiten wilt, hier zijn ze:

Ik ben op 27 april 1957 geboren in Kinderkwelder aan de Oude Rijn, opgegroeid in Heerde en Zandvoort en woon sinds mijn 21ste in Haarlem, waar ik nooit meer weg wil. Het grootste deel van mijn jeugd woonde ik in Zandvoort, een van de vreselijkste dorpen van het land. Een goeie leerling was ik niet. Ik had moeite met de Mavo, deed het iets beter op de Havo en slaagde met redelijke cijfers voor de P.A., waar ik leerde voor schoolmeester. Vijf jaar stond ik voor de klas in Haarlem en Zwanenburg. Erg lang voor iemand die helemaal geen leraar wil zijn, maar schrijver. Op mijn vijftiende had ik al bedacht dat schrijver zijn jé van het was. Of anders toneelspeler of popmuzikant. Op school heb ik heel wat toneel en cabaret gespeeld. Veel ervan schreef ik zelf. In een bandje zat ik ook. Niet omdat ik goed kon zingen of gitaarspelen, maar omdat ik de teksten voor de liedjes schreef en ze niet om me heen konden.
Mijn eerste boek was een dichtbundel die in 1979 uitkwam, “Herinnering aan leven”. Terwijl ik voor de klas stond maakte ik twee boeken met liedjes en muziekspelletjes: “De Echoput” en schreef ik allerlei teksten voor liedjes en musicals van Benny Vreden. Mijn eerste verhalen verschenen in de Okki, Jippo en Taptoe. Toen ik in 1983 als schoolmeester werd wegbezuinigd, kwam ik terecht bij het uitgeversbedrijf VNU. Daar schreef ik als ‘bureauredacteur’ (dat is een journalist die de deur nooit uit komt) voor de meest idiote bladen, van de Tina tot de Donald Duck en de Yes. Hoewel ik dat werk zes jaar bleef doen, wist ik dat het niet was wat ik werkelijk wilde. Ik maakte in die tijd ook verhalen voor de Bobo, Bumper en Ezelsoor, maar verhalen in tijdschriften zijn geen boeken. Het duurde nogal lang voordat ik een uitgever vond die een boek van me wilde uitgeven, maar in 1985 kwam uiteindelijk mijn eerste boek uit: “We hebben Sanne even geleend”. In 1989, veranderde ik van baan. Ik werd eindredacteur bij het Haarlems Dagblad. Niet omdat ik zo graag journalist wilde blijven, maar het was me een jaar lang niet gelukt om met schrijven mijn brood te verdienen, dus ik kon een vast salaris goed gebruiken. Na drie jaar bij de krant, toen ik 35 werd, besloot ik dat het tijd werd om te kiezen. Doorgaan met scharrelen, of doen wat ik écht wilde? Ik belde mijn baas dat ik niet meer kwam en zocht een nieuwe uitgever. Het was de beste beslissing die ik ooit nam. Sindsdien is het alleen maar leuker geworden. Ik trouwde, kreeg een zoon, Jeroen en een dochter Loekie en deed alleen nog maar wat ik leuk vond. Omdat ik veel leuk vind heb ik in de afgelopen vijfentwintig jaar niet alleen 128 boeken geschreven, maar ook toneelstukken, hoorspelen en televisieseries als “Koekeloere”, “Verhalen uit de bijbel”, “Onderweg naar morgen”, “De Zeedijk” en “Het verdwenen verhaal” en soms bijdragen voor “Sesamstraat”. Als lid van het intussen opgeheven Griezelgenootschap scheef ik natuurlijk veel griezelboeken, maar ik hou ook erg van boeken die zich lang geleden afspelen. Daarom ben ik ook lid geweest van de Schrijvers van de ronde tafel, een club die historische romans schrijft. Eind 2005 ging ik weer alleen wonen, in een bovenwoninkje niet ver bij de kinderen vandaan. Alleen wonen heeft het voordeel dat je ongestoord kunt schrijven wanneer je maar wilt. Midden in de nacht, ‘s ochtends vroeg, of als je eens wilt helemaal niét.
De laatste tijd ben ik weer veel bezig met geschiedenis geweest. “De Mensenkenner”, “De Meesterdief” en “De Wereldreiziger” zijn bij elkaar mijn dikste boek: bijna 600 pagina’s.
Intussen heeft “Gebakken Rat met Beukenblad ook een opvolger gekregen: “De Meester van het Scherpe Zwaard”. Natuurlijk blijf ik ook bezig met complete onzinverhalen en geheimzinnige boeken. Geheimen, dromen en dingen die net niet -of misschien net wél- echt kunnen, zijn mijn favoriete onderwerpen. Van alles wat ik geschreven heb, zijn boeken waar die drie ingrediënten in zitten, me het liefst. “Toen de duivel op Zuidpunt kwam”, “Malle Matty is zo gek”, “Bloed op de heksensteen” en “Izaak de geweldige” en natuurlijk “De Mensenkenner” en “De Meesterdief” een paar van mijn favorieten.
Liedjesteksten schrijf ik nog steeds en de afgelopen jaren heb ik regelmatig met een echte band op het podium gestaan: de Van Loon – Van Ede Band. Tot 2004 speelden we veel op boekenfeesten. We maakten de CD “De Magische Griezeltoer” en Paul en ik schreven een boek over onze belevenissen met de band. Toen in 2004 mijn boek met CD “Tophits” uitkwam, had ik mijn eigen band nodig. Dat werd BV de Band die bestond uit leden van een Haarlemse popgroep: Wilt Vleesch.
Intussen heeft Wilt Vleesch een nieuwe naam: Het Ampzing Genootschap. Kijk maar eens hier dan kun je zien wat voor leuke en onzinnige dingen we doen. Toneelspelen doe ik af en toe nog, in een toneelgroep die Lespleemetz heet. We staan niet op het toneel; we doen onze toneelstukjes stiekem. Zó stiekem dat de toeschouwers het niet door hebben dat ze naar toneel kijken. In “Ik wil geen ridder worden” kun je lezen hoe we dat aanpakken. Een leuk project was een hoorspel “De randen van de nachtwacht”dat in zes talen wereldwijd werd uitgezonden voor zo’n 40 miljoen luisteraars. Er gingen meer dan 40.000 CD’s en DVD’s van over de toonbank. Jammer dat ze geen gouden platen voor hoorspelen uitreiken. Hte hoorspel kreeg in 2007 in New York een soort ‘radio ‘Oscar als bestre hoorspel van het jaar. In 2007 kreeg ik nog iets van zilver: de Penning van verdienste van de stad Haarlem. Ik ben dus een soort ereburger. Wel grappig: de meeste mensen die die penning krijgen zijn stok- en stokoud.
Eind 2008 kregen de lezers van SevenDays (vroeger Kidsweek) mijn boek “Achter glas” als cadeautje bij hun tijdschrift. Er zijn 35.000 kinderen die SevenDays lezen, dus dat was een hele berg. In 2011 komt het onder de titel ‘De band en de meiden’ als boek in de winkel te liggen.
30 Juni 2010 was een bijzonder dag, toen trouwde ik met Conny.
In het voorjaar van 2011 werd mijn boek ‘Gebruik je hersens niet’ in een spaaractie van de supermarkten Emté, Sanders en Golff. Er zijn er toen ruim 88.000 gedrukt… Van het boek “Onhandig Geboren” dat bij diezelfde supermarkten te krijgen was, werden er zelfs 100.000 gedrukt.
De Vlaamse Kinder- en Jeugdjury riep op 20 mei mijn boek “Verdwijnkind” als winnaar uit. “Vergeetman” het tweede Biko en Loekie-boek verschijnt in de herfst van 2012.

Wat ik de komende jaren van plan ben, zal je inmiddels wel duidelijk zijn: nog veel meer schrijven. In januari 2007 kwam mijn honderdste boek uit: “Julia’s Droom”. Intussen ben ik alweer een stuk of wat boeken verder en in mijn computer heb ik een map ‘nog te doen’ met zestien beginnetjes en ideeën voor boeken. Tegen de tijd dat die allemaal op zijn, heb ik er ongetwijfeld weer zestien nieuwe. Zo niet, dan word ik kok en noem ik mijn restaurant ‘Leesvoer’. Ik moét dus wel wel heel oud worden.